Naar inhoud
← Het platform

Platform · Assets

Geef je gegevens een duidelijke structuur.

Personen, aanvragen, facturen of locaties: leg vast welke informatie je nodig hebt en hoe die samenhangt. Met AssetTypes en Assets vormt dat model de basis voor je applicatie.

Van begrip naar gegevens

Een type beschrijft de structuur. Een Asset bevat de gegevens.

Een AssetType beschrijft een soort gegeven, bijvoorbeeld Persoon, Ontheffing, Factuur of Factuurstatus. Je kiest welke eigenschappen daarbij horen. Een Asset is één concreet exemplaar, zoals een persoon of een factuur.

Vergelijk een AssetType met een tabel of collectie in een database en een Asset met een record. Elk AssetType heeft de standaardeigenschap Name. Andere eigenschappen configureer je voor jouw toepassing.

Je eigen gegevensmodel

Bepaal welke entiteiten, eigenschappen en onderlinge relaties je applicatie nodig heeft.

Verschillende manieren van toevoegen

Maak Assets aan vanuit een dataview, een proces of de API. Een proces kan gebruikers door de benodigde stappen begeleiden.

Configureerbare eigenschappen

Van tekst en bedragen tot bestanden en locaties.

Kies per eigenschap het datatype dat bij de informatie past. Combineer gewone gegevens met verwijzingen en gestructureerde informatie in hetzelfde model.

Tekst, getallen en keuzes

String voor tekst, Integer voor gehele getallen, Decimal voor decimalen en Boolean voor ja/nee-waarden.

Datums en locaties

DateTime voor datum en tijd; LocationPoint voor een geografische locatie.

Relaties met je applicatie

AssetType verwijst naar een type, Asset naar een concreet gegeven en Process naar een proces.

Bestanden en vrije structuur

File verwijst naar een bestand in een FileStorage. ComplexObject biedt een JSON-object met een vrij te kiezen structuur.

Samenhang zichtbaar maken

Verbind gegevens en herken statussen direct.

Met verwijzingen verbind je bijvoorbeeld een factuur met een persoon of een melding met een status. Zo kan een dashboard ook eigenschappen van het gerelateerde Asset tonen.

Voor referentiegegevens kun je ingebouwde eigenschappen zoals Icon en Color inschakelen. Een status of categorie krijgt daarmee een herkenbaar pictogram en een kleur. Bij het tonen van een verwijzing kunnen die kenmerken worden overgenomen, bijvoorbeeld bij markers op een kaart.

Plaats en hiërarchie

Volg waar een object zich binnen een keten bevindt.

Schakel voor een AssetType de ingebouwde verwijzing naar een bovenliggend Asset in. Daarmee leg je bijvoorbeeld vast dat een pakket op een pallet ligt en die pallet in een bestelbus staat.

De bijbehorende, alleen-lezen eigenschap LocationHierarchy bevat de hele locatieketen. Een dashboardwidget kan die als een kruimelpad tonen, bijvoorbeeld ‘Bestelbus 10 › Pallet 55’. Je kunt de hiërarchie van het huidige Asset, een gerelateerd Asset of een vast gekozen Asset weergeven.

Eén model, meerdere toepassingen

Gebruik je gegevens in de hele applicatie.

De datalaag wordt automatisch ontsloten via de Conneqt API. Rechten en rollen bepalen welke gegevens een gebruiker mag lezen of wijzigen. De servicelaag houdt het aanmaken, wijzigen en verwijderen van gegevens bij.

Gebruik Assets vervolgens in processen, filters, overzichten en dashboards. Daarmee sluit de gegevensstructuur aan op de handelingen en informatie die gebruikers in hun werk nodig hebben.

Werken met gegevens

Laat een proces informatie opvragen, beslissingen nemen en gegevens aanpassen.

Zien wat relevant is

Toon dezelfde Assets in een tabel, kaart, kalender, tijdlijn of een dashboard met gerichte widgets.

Welk proces wil jij
beter organiseren?

Vertel ons hoe het nu werkt, waar het vastloopt en wat je wilt veranderen.

Bespreek jouw proces